Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:2063

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 november 2018
Publicatiedatum
7 november 2018
Zaaknummer
17/00619
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs van kennis ongeldigverklaring rijbewijs

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De Hoge Raad heeft onderzocht of uit de omstandigheden en bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk op de hoogte was van de ongeldigverklaring.

Uit het dossier blijkt dat het rijbewijs op het moment van het feit in het bezit was van het CBR en dat aangetekende en gewone brieven over de ongeldigverklaring naar verdachte zijn verzonden, zonder retour te zijn gekomen. Verdachte verklaarde een cursus te hebben gevolgd en zijn rijbewijs nog op te moeten halen. De Hoge Raad oordeelt dat deze feiten onvoldoende bewijs vormen voor het vereiste kennisvereiste.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak voor een nieuwe beoordeling door het hof. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest uitsluitend voor het onderdeel van de bewezenverklaring en strafoplegging met betrekking tot het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. De rest van het beroep wordt verworpen.

De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep in zoverre. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 6 november 2018.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende bewijs van kennis van ongeldigverklaring rijbewijs.

Uitspraak

6 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/00619
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 januari 2017, nummer 22/002498-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], voorheen [betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt onder meer dat in de zaak met parketnummer 96-048488-15 uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
2.2.
De bewezenverklaring en de bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6.
2.3.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 10 en 11, is de klacht gegrond.
2.4.
Voor zover het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 96-040141-16 tenlastegelegde, kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 november 2018.