Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
[het hof begrijpt: rijbewijs]is ingevorderd geweest. Ik heb daarna een cursus gevolgd in Amsterdam. Dat was in verband met alcohol. (...) Mijn rijbewijs heb ik alleen nooit teruggekregen.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 3 mei 2021 te Zeist. Het hof stelde vast dat het rijbewijs van de verdachte op 7 maart 2019 ongeldig was verklaard en dat verdachte hiervan op de hoogte was, onder meer door aangetekende brieven van het CBR en een eerdere staandehouding waarbij hem ondubbelzinnig werd medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig was.
De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring. De Hoge Raad overwoog dat de bewijsvoering, waaronder het proces-verbaal van de eerdere staandehouding, voldoende is om dat kennisvereiste aan te nemen. De eerdere brieven alleen zouden onvoldoende zijn, maar de mededeling bij staandehouding gaf doorslag.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de bewezenverklaring en veroordeling van het hof. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot andere maatregelen gezien de opgelegde straf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft terecht geoordeeld dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.