Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
7 december 2018.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of de schade die voortvloeit uit de beëindiging van een dealerovereenkomst na een ongeldige opzegging en een latere geldige opzegging toerekenbaar is aan de eerste opzegging. Eiseres vordert schadevergoeding wegens verminderde omzet in de periode tussen de ongeldige en de geldige opzegging.
De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarop de Hoge Raad zich baseert. Het cassatieberoep van eiseres richt zich tegen het arrest van het hof van 23 mei 2017.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiseres niet leiden tot cassatie en dat het beroep faalt. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van verweerster behoeft daardoor geen behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de proceskosten en bevestigt daarmee het oordeel van het hof, waarmee de eerdere beslissingen worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.