Uitspraak
[X] N.V.te
[Z],Curaçao (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 9 februari 2018, nr. HAA 15/5067, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een N.V. gevestigd te Curaçao, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het gerechtshof Noord-Holland van 9 februari 2018, waarin een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting was bevestigd. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en de Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de door belanghebbende aangevoerde middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen aan de wederpartij, omdat geen gronden voor veroordeling in proceskosten aanwezig waren. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2018.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.