Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 29 juni 2018, waarin de aanslag inkomstenbelasting en de beschikking inzake belastingrente over het jaar 2013 waren bevestigd.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 21 december 2018.