ECLI:NL:GHSHE:2018:2790
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening bijdrage Zorgverzekeringswet met inkomstenbelasting mogelijk
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland en niet verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2013 waarbij een bijdrage van € 2.618 op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) niet als verrekenbare voorheffing werd erkend.
Het geschil betrof de vraag of deze bijdrage, die overeenkomt met de AWBZ-premie, kan worden verrekend met de inkomstenbelasting. Het hof oordeelde dat deze bijdrage geen premie volksverzekeringen is en daarom niet als voorheffing kan worden verrekend. Dit volgt uit de wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie, waaronder uitspraken van het hof en de Hoge Raad.
Belanghebbende voerde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel vanwege vermeende misleiding door de Belastingdienst, maar het hof verwierp dit omdat geen sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen dat tot nadelige gevolgen leidde.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek van belanghebbende af om ook voor andere jaren gelijk te krijgen. Daarnaast oordeelde het hof dat belanghebbende kennelijk onredelijk gebruik maakte van procesrecht door herhaaldelijk dezelfde standpunten in te nemen zonder nieuwe argumenten, maar stelde vast dat de inspecteur geen proceskostenvergoeding kon krijgen wegens ingetrokken verzoeken en het karakter van de kosten.
De uitspraak werd gedaan door het hof te ’s-Hertogenbosch op 29 juni 2018.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de bijdrage op grond van artikel 69 Zvw niet als premie volksverzekeringen kan worden verrekend met de inkomstenbelasting.