ECLI:NL:HR:2018:280

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2018
Publicatiedatum
22 februari 2018
Zaaknummer
17/04307
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake successierechtelijke aanslag

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 juli 2017, waarin een aanslag in het recht van successie werd bevestigd. Deze zaak betrof een verkrijging uit de nalatenschap van een overledene. Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 4 maart 2016 het geschil terugverwezen naar het Hof voor verdere behandeling.

In het tweede cassatieberoep heeft belanghebbende twee middelen aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af zonder nadere motivering en legde geen proceskosten aan belanghebbende op. Hiermee werd de uitspraak van het Gerechtshof bekrachtigd en bleef de opgelegde successierechtelijke aanslag in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag in het recht van successie blijft in stand.

Uitspraak

23 februari 2018
Nr. 17/04307
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 27 juli 2017, nr. 16/00148, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in het recht van successie ter zake van een verkrijging uit de nalatenschap van [A].

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2016, nr. 15/03126, ECLI:NL:HR:2016:347, BNB 2016/118, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden (nr. 14/01065), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018.