Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
13 maart 2018.
Hoge Raad
In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 december 2016 in een moordzaak te Veghel. De verdachte, vertegenwoordigd door advocaat J.J.J. van Rijsbergen, heeft beroep in cassatie ingesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Op basis hiervan, en gehoord de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 13 maart 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en niet-geschiktheid van de klachten voor cassatie.