Uitspraak
1.Geding in cassatie
2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
3.Slotsom
4.Beslissing
20 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een mishandeling met zwaar lichamelijk letsel die plaatsvond op 8 maart 2013 te Gouda. Verdachte werd door het hof veroordeeld op basis van verklaringen van het slachtoffer en drie getuigen, alsmede medisch en forensisch bewijs. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar waren vanwege tegenstrijdigheden, geheugenverlies, alcoholintoxicatie en mogelijke beïnvloeding.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in zijn arrest is afgeweken van het door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunt over de onbetrouwbaarheid van deze verklaringen, maar daarbij niet de vereiste specifieke motivering heeft gegeven waarom het toch op deze verklaringen heeft gesteund. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest voor het bewezenverklaren van het feit en de strafoplegging.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt het belang van een deugdelijke motivering bij bewijsafwijking benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.