Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
16 januari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Kanton, waarin de verdachte schuldig is verklaard voor overtreding van artikel 4:6 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Cranendonck 2010. Het geschil richt zich op het ontbreken van het proces-verbaal van terechtzitting, terwijl wel een stempelvonnis aanwezig is.
De raadsman van de verdachte stelde dat de processtukken niet volledig waren, maar heeft geen schriftelijk verzoek tot aanvulling ingediend bij de rolraadsheer binnen de termijn genoemd in artikel 437, tweede lid, Sv. Hierdoor kon het middel niet tot cassatie leiden.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 januari 2018.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdig verzoek tot aanvulling van processtukken.