Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
27 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Het slachtoffer werd met veel kracht tegen het hoofd geslagen, waardoor hij ten val kwam.
De verdediging stelde middelen aan de orde met betrekking tot het opzet op zware mishandeling en het verweer van noodweer. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en werd ter openbare terechtzitting uitgesproken. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de veroordeling voor zware mishandeling en geweldpleging.