Conclusie
eerstemiddel komt op tegen de motivering van de verwerping van het beroep op noodweer bij feit 1. Voor een goed begrip geef ik, alvorens het middel te bespreken, eerst de bewezenverklaring en ’s hofs bewijsoverweging weer.
“Bid voor me, ik hou van je broer."
PD1 hoek [c-straat] en [d-straat ]
PD2 hoek [e-straat] en [c-straat]
PD3 [g-straat] en rotonde bij [B] aan [a-straat]
BFK: 2012) rond 00:30 uur nog steeds bij zich. Direct nadat [medeverdachte] en verdachte, zittend in de Opel Signum van verdachte, op de hoek van de [c-straat] en de [d-straat ] in Almere door [slachtoffer 1] waren beschoten, zijn zij in de Opel weggereden. Eenmaal op de [e-straat] zagen [medeverdachte] en verdachte de auto van [slachtoffer 1] bij de kruising met de [c-straat] staan. Verdachte bracht de Opel tot stilstand. [medeverdachte] zou toen naar eigen zeggen hebben willen schieten met zijn zwarte pistool met geluiddemper, maar dit wapen weigerde dienst. Volgens [medeverdachte] werd er vervolgens vanuit de auto (waarin hij alleen met verdachte zat) in de richting van de auto met [slachtoffer 1] geschoten. Hij deed dat niet zelf en over het wapen waarmee dat gebeurde en over wie dat wapen hanteerde wil [medeverdachte] niet verklaren.
NJ2016/316 m.nt. Rozemond heeft Uw Raad onder het kopje ‘Culpa in causa’ overwogen (met weglating van voetnoten):
NJ2016/154 m.nt. Rozemond. Daarin had het hof aannemelijk geacht dat de verdachte in een portiek met een ploertendoder was mishandeld. Nadien hadden omstanders tot twee keer toe de verdachte naar de openbare weg teruggedrongen teneinde te voorkomen dat hij de confrontatie kon zoeken met het latere slachtoffer. De verdachte ging vervolgens – ongehinderd – een opslagruimte binnen en kwam naar buiten met een vuurwapen. Daarmee schoot hij eerst in de lucht, vervolgens liep hij naar het slachtoffer toe en trof hem dodelijk.
NJ2016/316 m.nt. Rozemond (het overzichtsarrest) heeft Uw Raad naar deze rechtsregel verwezen:
culpa in causaof het ontbreken van wederrechtelijke aanranding)’. Mij komt het voor dat deze eis wel toegevoegde waarde heeft. [5] Of het latere slachtoffer is geprovoceerd en/of uitgelokt is vooral van belang als de verdachte zich heeft verdedigd tegen een aanranding. Als niet van provocatie en/of uitlokking sprake is, kan een beroep op noodweer en noodweerexces onder omstandigheden worden verworpen als van verdediging en verdedigingswil geen sprake is. Ook Rozemond is kritisch, in zijn noot onder
NJ2016/154. Die kritiek richt zich vooral op de – mogelijkheden tot – vaststelling in concreto dat de gedraging van de verdachte aanvallend van aard is. [6]
bewegenvan de verdachte en de medeverdachte in ieder geval tot vlak voor de auto werd stilgezet erop gericht om in de Opel de wijk te verlaten. Een element bij de vaststelling van het aanvallende karakter van een gedraging kan ook zijn wie het eerst heeft geschoten (of gestoken, of geslagen), al is dat niet doorslaggevend. Daaromtrent heeft het hof als gezegd niets expliciet vastgesteld. Uit de bewijsmiddelen lijkt te volgen dat de verdachte en de medeverdachte bij PD 2 niet het eerst hebben geschoten. [11]
achterafvast heeft gehad. De verdachte voegde daaraan toe: ‘Ik had geen wapen en ik heb ook niet geschoten.’ Uit ’s hofs bewijsoverweging en het proces-verbaal van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep blijkt voorts dat de verdachte aldaar heeft verklaard dat hij het slachtoffer is geweest van het hele gebeuren op 25 oktober 2012, dat hij daar alleen toevallig aanwezig is geweest en dat hij niet van de aanwezigheid van vuurwapens op de hoogte was. Daarmee is echter niet gezegd dat dit onderdeel van ’s hofs overweging de verwerping van het beroep op noodweer kan dragen, in aanmerking genomen ‘dat de omstandigheid dat een verdachte de hem tenlastegelegde gedraging ontkent, niet zonder meer aan het slagen van een subsidiair gedaan beroep op noodweer(exces) in de weg behoeft te staan’. [17]
tweedemiddel klaagt over schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn in cassatie doordat de stukken te laat bij Uw Raad zijn binnengekomen.