Uitspraak
[X]te
[Z], verder te noemen verzoeker.
Hoge Raad
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren J. Wortel, Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren die een cassatiezaak behandelen. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat een klacht tegen de griffier en een aansprakelijkstelling nog niet waren afgehandeld en de wens om aanvullende stukken in te dienen.
De Hoge Raad overweegt dat rechters uit hoofde van hun aanstelling worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. De aangevoerde gronden hebben geen betrekking op de raadsheren zelf en bevatten geen feiten die wijzen op een schending van de rechterlijke onpartijdigheid.
Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing is genomen door de vicepresidenten W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk en raadsheer V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door rolraadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 30 maart 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de raadsheren is niet-ontvankelijk verklaard.