Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Tenlastelegging en motivering van de gegeven vrijspraak
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
10 april 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd beschuldigd van groepsbelediging van Arabieren en moslims wegens uitlatingen in een interview voor een documentaire, waarin hij onder meer sprak over 'kontenbonkers' en het 'neuken van kleine jongetjes'. Het Hof Amsterdam sprak hem vrij, oordelend dat de uitlatingen binnen het maatschappelijk debat vielen en niet onnodig grievend waren.
De Hoge Raad herhaalt het toetsingskader voor groepsbelediging ex art. 137c Sr en het belang van vrijheid van meningsuiting zoals gewaarborgd in art. 10 EVRM Pro. Het Hof had onjuist het beoordelingskader voor politici toegepast op een niet-politicus en onvoldoende gemotiveerd waarom de uitlatingen niet onnodig grievend zouden zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. De zaak draait om de afweging tussen strafbaarheid van belediging en de bescherming van het publieke debat, waarbij de uitlatingen als beledigend zijn erkend, maar de strafbaarheid niet zonder meer volgt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting over groepsbelediging en vrijheid van meningsuiting.