Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
10 april 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk vervoeren van ongeveer 2,95 kilogram hennep. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging, ondanks het verweer dat de hennep afkomstig was van slechts vijf planten, wat volgens de Aanwijzing Opiumwet tot een politiesepot zou moeten leiden.
De verdediging stelde dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de hoeveelheid hennep van vijf planten afkomstig was, en dat de politie geen nader onderzoek had gedaan naar deze verklaring. Het hof liet de juistheid van deze stelling in het midden en oordeelde dat de hoeveelheid hennep van 2,95 kilogram de drempel van 30 gram ruimschoots overschrijdt, waardoor de herkomst van de planten geen betekenis heeft.
De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel van het hof een onjuiste rechtsopvatting is. De Aanwijzing Opiumwet bepaalt dat de teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met een politiesepot wordt afgedaan, ongeacht de hoeveelheid hennep die daaruit voortkomt, tenzij bijzondere omstandigheden worden gesteld door het OM. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.