Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
10 april 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de kantonrechter te Almere, waarbij de aanvrager werd veroordeeld wegens het besturen van een motorrijtuig zonder dat hem een rijbewijs was afgegeven. De aanvraag tot herziening stelde dat aan de aanvrager op het moment van de overtreding wel een rijbewijs was afgegeven, onderbouwd met een kopie van het rijbewijs en een schermafbeelding van het rijbewijzenregister.
De Hoge Raad beoordeelde of dit nieuwe bewijs een grond voor herziening kon vormen. Volgens artikel 457 Sv Pro kan herziening alleen worden toegestaan als het nieuwe gegeven bij het eerdere onderzoek niet bekend was en het ernstige vermoeden wekt dat het onderzoek anders zou hebben uitgepakt, bijvoorbeeld met vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.
De Hoge Raad concludeerde dat het bewijs dat aan de aanvrager een rijbewijs was afgegeven, reeds bekend was bij de kantonrechter omdat het dossier de schermafbeelding van het rijbewijzenregister bevatte. Hierdoor was de aanvraag kennelijk ongegrond en werd deze afgewezen.
De Hoge Raad wees de aanvraag tot herziening af en bevestigde daarmee de eerdere veroordeling voor het rijden zonder geldig rijbewijs.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor rijden zonder geldig rijbewijs.