ECLI:NL:PHR:2018:140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening wegens onjuiste uitleg datum afgifte rijbewijs in strafzaak
De aanvrager was veroordeeld wegens het rijden zonder geldig rijbewijs op 3 april 2015. Hij stelde dat hij op die datum wel degelijk in het bezit was van een rijbewijs, afgegeven op 31 maart 2015. Bij het verzoek tot herziening werd een kopie van het rijbewijs en een schermafbeelding van het rijbewijzenregister overgelegd, beide met de datum 31 maart 2015 als afgiftedatum.
De rechtbank had de aanvrager veroordeeld omdat hij verklaarde het rijbewijs wel te hebben gehaald maar nog niet bij de gemeente te hebben opgehaald. De Hoge Raad oordeelt dat het begrip 'afgeven' in artikel 107 lid 1 WVW Pro 1994 moet worden uitgelegd als de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen, niet de feitelijke uitreiking van het rijbewijs.
De wet onderscheidt tussen 'afgifte' (besluitdatum) en 'uitreiking' (feitelijke overhandiging). De datum van afgifte is bepalend voor de geldigheid van het rijbewijs. De aanvrager had op 31 maart 2015 een geldig rijbewijs, ook al had hij het nog niet fysiek ontvangen. Daarom kan niet worden aangenomen dat hij zonder rijbewijs reed op 3 april 2015.
Desondanks is het verzoek tot herziening ongegrond omdat de rechtbank op de hoogte was van de afgiftedatum en de verklaring van de verdachte dat hij het rijbewijs nog niet had opgehaald. De Hoge Raad bevestigt dat de aanvraag moet worden afgewezen en wijst op de mogelijkheid voor de aanvrager om een verzoek tot gratie in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat het rijbewijs op 31 maart 2015 was afgegeven volgens de Wegenverkeerswet 1994.