ECLI:NL:HR:2018:606

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
16/02200
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13.1 WWMArt. 81 ROArt. 348 SvArt. 350 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak voorhanden hebben ingekort luchtdrukgeweer

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag over het voorhanden hebben van een ingekort luchtdrukgeweer, in strijd met artikel 13.1 van de Wet Wapens en Munitie (WWM).

De Hoge Raad oordeelt dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden, omdat het geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hof heeft een passage in het tenlastegelegde onderdeel als niet essentieel beschouwd en verdachte daarvan vrijgesproken, zonder dat dit onverenigbaar is met de bewoordingen van het tenlastegelegde.

Daarnaast is het oordeel van het hof dat het voorhanden hebben van een ander wapen niet bewezen is, niet onredelijk. De specificatie in het tenlastegelegde kan als nadere precisering worden gezien, waarvan partieel kan worden vrijgesproken. De verdediging kon deze lezing niet als verrassing ervaren.

Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 17 april 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor het voorhanden hebben van een ingekort luchtdrukgeweer.

Uitspraak

17 april 2018
Strafkamer
nr. S 16/02200
ES/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 april 2016, nummer 22/003289-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 april 2018.