Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:926

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2018
Publicatiedatum
14 juni 2018
Zaaknummer
17/05145
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over precariobelasting gemeente Hulst 2015

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de voor het jaar 2015 opgelegde aanslag precariobelasting door de gemeente Hulst.

In cassatie heeft het college verschillende klachten aangevoerd, maar deze klachten konden niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde het college in de kosten van het geding, vastgesteld op € 1002 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens werd een griffierecht van € 501 geheven aan het college.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van lagere rechterlijke instanties omtrent de precariobelasting die de gemeente Hulst heeft opgelegd voor het jaar 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst is ongegrond verklaard en het college is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

15 juni 2018
nr. 17/05145
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulstte
Hulst(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 26 september 2017, nr. BK-16/00583, op het hoger beroep van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 16/1016) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de precariobelasting van de gemeente Hulst.

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1002 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst wordt een griffierecht geheven van € 501.