In deze zaak heeft de belanghebbende uit Frankrijk beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 juli 2017, betreffende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten geen kans van slagen hebben.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 26 januari 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren.