ECLI:NL:HR:2018:994

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2018
Publicatiedatum
25 juni 2018
Zaaknummer
16/05698
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 68.1.a AWRArt. 69.1 AWRArt. 15 Wet op de Omzetbelasting 1968Art. 341.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen feitelijke leiding bij onjuiste belastingaangifte en bedrieglijke bankbreuk

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van feitelijke leiding geven aan het opzettelijk doen van onjuiste en/of onvolledige omzetbelastingaangifte, het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting en het plegen van bedrieglijke bankbreuk door een rechtspersoon.

De middelen van cassatie richtten zich onder meer op de motivering van het hof omtrent het daderschap, het opzet van de rechtspersoon en de medepleging, alsmede op de interpretatie van fiscale wetgeving en de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak bevestigt de toepassing van medeplegen en feitelijke leiding in complexe fiscale en faillissementsfraudezaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen blijft in stand.

Uitspraak

26 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/05698
AJ/SA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 november 2016, nummer 21/001767-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.W.E. Luiten en R.I. Kool, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman Luiten heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 juni 2018.