De woningstichting belanghebbende stelde dat de gemeente Steenwijkerland onrechtmatig baggerkosten en kosten van onderhoud van oevers had toegerekend aan de rioolheffing voor de jaren 2013 tot en met 2015. De gemeente had deze kosten als lasten opgenomen in de ramingen, wat volgens belanghebbende leidde tot een overschrijding van de opbrengstlimiet van de rioolheffing.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de kosten meer dan zijdelings verband houden met de riolering en daarom rechtmatig via de rioolheffing mogen worden verhaald. Ook mocht de gemeente omzetbelasting over deze kosten als last meenemen, waardoor de baten de lasten niet overtroffen. Belanghebbende stelde in cassatie meerdere middelen aan deze beoordeling ten grondslag, waaronder de stelplicht en bewijslast en de vraag of indirecte kosten mogen worden toegerekend.
De Hoge Raad verwierp alle middelen en bevestigde dat de gemeente binnen haar beleidsvrijheid de kosten mocht toerekenen, dat de bewijslast door de heffingsambtenaar voldoende was gedragen en dat de omzetbelasting terecht als last werd meegenomen. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe.