ECLI:NL:HR:2019:1025

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
21 juni 2019
Zaaknummer
17/03935
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep medeplegen diefstal via inklimming in woonwagenkamp

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van diefstal door middel van inklimming in een woonwagenkamp te Lisse. Het Gerechtshof Den Haag had de verdachte veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De kern van het cassatiemiddel betrof een bewijsklacht over de mate van intellectuele en materiële bijdrage van de verdachte aan het delict. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof begrijpelijk en voldoende gemotiveerd had vastgesteld welke bijdrage de verdachte had geleverd.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om de zaak verder inhoudelijk te behandelen, omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het Hof.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 25 juni 2019, waarbij de vice-president en twee raadsheren het arrest uitspraken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen diefstal blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/03935
Datum25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 augustus 2017, nummer 22/002942-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 juni 2019.