Conclusie
tezamenen in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [a-straat 1] heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [betrokkene 1] , zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door inklimming.”
Een proces-verbaal van aangifted.d. 29 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 7-9):
als de op genoemde afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 1 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-38. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 11-12):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 29 mei 2014 van de politie Holland Midden met nr. PL1600-2014068968-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 15-16):
als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [getuige 1] :
Een proces-verbaal van bevindingen aanvullende verklaring [getuige 1]d.d. 4 juni 2014 van de politie Holland Midden met nr. PL1600-2014068968-48. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 127):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 29 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-3. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 17-19):
als de op genoemde afgelegde verklaring van [getuige 2] :
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 29 mei 2014 van de politie Eenheid Noord-Holland met nr. PL1100-2014066926-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 24-25):
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 29 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-19 en een bij dit proces-verbaal behorende
bijlage,zijnde een foto van een bril en handschoenen (blz. 53). Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 48-49):
Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot stempel op 500 euro biljetd.d. 8 oktober 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-70. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 168-169):
Een proces-verbaal van verhoor verdachted.d. 31 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-35. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 114-117):
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 31 mei 2014 van politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-33. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 22-23):
als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [getuige 3] :
Een proces-verbaal van verhoor getuiged.d. 30 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-27. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 20-21):
als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [getuige 4] :
.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 29 mei 2014 van de politie Eenheid Noord-Holland met nr. PL1100-2014066926-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 26-27):
Nadere bewijsoverweging
medeplegerof als
medeplichtigebetrokken is geweest bij de diefstal en heeft zij daartoe alternatieve scenario’s aangevoerd.
(het hof merkt op dat deze bril blijkens de foto op pagina 53 van het dossier zwart met bruin gekleurd is)en zwarte handschoenen aangetroffen.
- Man 1: een vermoedelijk Marokkaanse man met een lederen zwarte jas en een bril, geen zonnebril.
enkelop basis van het ‘HASS’ stempel tot het oordeel dat het bij de verdachte aangetroffen geld afkomstig is van de diefstal uit de woning aan [a-straat 1] te [plaats] . Het hof overweegt voorts dat het betoog van de raadsman met betrekking tot de frequentie van het stempel ‘HASS’ onverenigbaar wordt geacht met de van De Nederlandse Bank verkregen informatie omtrent de aanwezigheid van stempels op bankbiljetten. Het hof verwerpt dit verweer.
NJ2018/310, m.nt. Wolswijk. Dit arrest houdt onder meer het volgende in:
NJ2015/390, HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718,
NJ2015/395 en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
NJ2016/413 en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323,
NJ2016/412 onder meer het volgende overwogen:
NJ2010/475). Voor het medeplegen van diefstal geldt hetzelfde.
NJ1997/584).
NJ2016/414).”