ECLI:NL:HR:2019:1172

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
18/01693
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 79 ROArt. 6:162 BWArt. 49 Richtlijn EU/2004/18Art. 51 lid 2 Bao
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep gemeente in aanbestedingsgeschil over inschrijvingseisen

De gemeente Den Helder stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een geschil over een Europese aanbesteding centraal stond. De gemeente klaagde dat de inschrijver aan wie de opdracht was gegund niet voldeed aan de gestelde inschrijvingseisen, met name over de vraag of een gelijkwaardig certificaat of ander bewijs als bedoeld in de relevante Europese en nationale aanbestedingsregels toereikend was.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van de rechtbank Alkmaar en oordeelt dat de klachten van de gemeente niet leiden tot cassatie. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen, zoals vereist in artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van de gemeente en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten. Tevens behandelt de Hoge Raad vragen over de status van de Aanbestedingsreglement Werken 2005 als 'recht' in de zin van artikel 79 RO Pro en de mogelijkheid van een partner in een combinatie om pro se een schadevordering in te stellen, maar deze worden niet inhoudelijk beslist in dit arrest.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Den Helder wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/01693
Datum12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE DEN HELDER,
zetelende te Den Helder,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: mr. B.F.L.M. Schim,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 132100/HAZA 11-591 van de rechtbank te Alkmaar van 9 mei 2012, 14 november 2012, 5 juni 2013, 30 oktober 2013, 9 april 2014 en 16 september 2015;
b het arrest in de zaak 200.205.324/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2018.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Gemeente mede door mr. H. Speyart en mr. A.G. Colenbrander.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
12 juli 2019.