Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
29 januari 2019.
Hoge Raad
Op 3 juli 2016 gooide verdachte tijdens een caféruzie in Helmond met kracht een stevig glas op korte afstand in het gezicht van de eigenaar van het café, waarbij het slachtoffer pijn en bloedingen aan het jukbeen opliep. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde bewezen dat verdachte opzettelijk handelde met voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Verdachte stelde in cassatie dat het opzet op zwaar lichamelijk letsel niet uit de bewijsvoering kon worden afgeleid. De Hoge Raad overwoog dat het op korte afstand en met kracht gooien van een stevig glas in het gezicht een aanmerkelijke kans inhoudt op zwaar lichamelijk letsel, ook al brak het glas niet. Dit oordeel van het hof was niet onbegrijpelijk en berustte niet op een onjuiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, waarmee de veroordeling voor poging zware mishandeling stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging zware mishandeling blijft in stand.