ECLI:NL:HR:2019:1232
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest Hoge Raad inzake vergoeding reis- en verletkosten in belastingzaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 21 juni 2019 een arrest gewezen in een cassatieprocedure tussen belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën over proceskostenvergoeding.
Belanghebbende verzocht om verbetering van het arrest omdat de vastgestelde bedragen voor reis- en verletkosten onjuist waren toegewezen. De Staatssecretaris heeft schriftelijk gereageerd en verwezen naar het eerdere oordeel van de Hoge Raad.
De Hoge Raad constateerde dat in het arrest onjuiste bedragen waren genoemd voor de vergoeding van reis- en verletkosten in zowel het beroep als het hoger beroep. Na beoordeling van het verzoek tot verbetering heeft de Hoge Raad de bedragen aangepast naar hogere vergoedingen, waarbij het totaalbedrag van € 638,06 werd verhoogd naar € 671,48.
Het arrest van 21 juni 2019 wordt op deze punten hersteld en de verbeteringen worden aangebracht op de minuut van dat arrest. Het arrest is op 19 juli 2019 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt het arrest door de vergoeding van reis- en verletkosten te verhogen en past het totaalbedrag aan naar € 671,48.