ECLI:NL:HR:2019:1320
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonheffing
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 december 2018, waarin het hof uitspraak deed over de ingehouden bedragen aan loonheffing over meerdere tijdvakken in 2017.
De Hoge Raad heeft de vier voorgestelde middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.