ECLI:NL:HR:2019:1352

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
16 september 2019
Zaaknummer
17/06136
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 227b SrArt. 420bis SrArt. 26 WWMArt. 2.C OpiumwetArt. 416 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen bij uitkeringsfraude, witwassen en andere strafbare feiten

De Hoge Raad heeft op 1 oktober 2019 het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 december 2017. De zaak betreft onder meer medeplegen van uitkeringsfraude, witwassen, het voorhanden hebben van wapens en munitie, opzetheling van invalidenparkeerkaarten en gekwalificeerde diefstal van stroom en gas.

De verdediging voerde onder meer aan dat sprake zou zijn van strijd met het ne bis in idem-beginsel en dat verdachte niet in nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte zou hebben gehandeld. De Hoge Raad oordeelde dat er geen sprake is van strijd met het ne bis in idem-beginsel en bevestigde dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachte heeft gehandeld.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering gaf de Hoge Raad geen nadere motivering omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, en uitgesproken in openbare terechtzitting. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof ongewijzigd blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/06136
Datum1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 december 2017, nummer 20/003796-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.