Uitspraak
staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 14 december 2017, nrs. 16/03874 tot en met 16/03877, op het hoger beroep van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 14/3465 tot en met 14/3468) betreffende aan belanghebbende over de periode 2008 tot en met 2011 opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Proceskosten
5.Beslissing
M.A. Fierstra, J. Wortel en L.F. van Kalmthout in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2019.