ECLI:NL:HR:2019:1440

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2019
Publicatiedatum
26 september 2019
Zaaknummer
18/01732
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 143 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aanspraak op in Duitsland uitgekeerd Kindergeld na beëindiging gezamenlijke huishouding

De zaak betreft een geschil over de vraag of de vrouw na beëindiging van de gezamenlijke huishouding aanspraak kan maken op het Kindergeld dat aan de man in Duitsland is uitgekeerd. De vrouw had bij verstek een vordering ingesteld die werd toegewezen, waarna de man tijdig verzet instelde.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en een eerder arrest in dit incident. De klachten van de vrouw in cassatie zijn inhoudelijk beoordeeld maar leiden niet tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt, inclusief de kosten van het incident. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/01732
Datum27 september 2019
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: mr. T. Dohmen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. de arresten in de zaak 200.180.608/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 januari 2017 en 30 januari 2018;
b. zijn arrest in het incident in deze zaak van 18 januari 2019.
De vrouw heeft tegen de arresten van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

  • De Hoge Raad verwerpt het beroep;
  • compenseert de kosten van het geding in cassatie, de kosten van het incident daaronder begrepen, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
27 september 2019.