Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 oktober 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de man cassatie ingesteld tegen de vrouw inzake de beëindiging van partneralimentatie. De kern van het geschil betrof de vraag of samenwonen met een ander als waren zij gehuwd, op grond van artikel 1:160 BW Pro, aanleiding geeft tot het beëindigen van de alimentatieplicht.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar een eerdere beschikking en heeft de conclusie van de Advocaat-Generaal gevolgd, die strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De klachten die de man in cassatie aanvoerde, werden niet gegrond bevonden en leidden niet tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking op 4 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is de eerdere beslissing die de beëindiging van partneralimentatie bevestigde, bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van partneralimentatie bij samenwonen als waren zij gehuwd.