ECLI:NL:HR:2019:1511
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verhoogt vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen. Het hof had een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld op €500 en weigerde rentevergoeding over het griffierecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen rentevergoeding toekende over het griffierecht en dat de immateriële schadevergoeding verhoogd moest worden tot €1.000. Tevens werd bepaald dat wettelijke rente over de immateriële schadevergoeding en het griffierecht vanaf vier weken na de uitspraak van het hof respectievelijk het arrest van de Hoge Raad gaat lopen.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën en de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de helft van het griffierecht en de proceskosten. Hiermee werd het beroep in cassatie gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd voor zover het de immateriële schadevergoeding en rente betreft.
Uitkomst: De Hoge Raad verhoogt de immateriële schadevergoeding tot €1.000 en bepaalt rentevergoeding over griffierecht en immateriële schade.