Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
bijlage 51
3.Beslissing
10 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen en uitgeven van valse bankbiljetten van 50 euro. De feiten betreffen twee afzonderlijke transacties via Marktplaats waarbij goederen werden gekocht met valse biljetten.
Het hof stelde vast dat verdachte aanwezig was bij beide transacties, dat de biljetten vals waren en dat verdachte wetenschap had van de valsheid. Bij het eerste feit was sprake van medeplegen met een medeverdachte die bekend had de biljetten te hebben uitgegeven. Bij het tweede feit overhandigde verdachte zelf de biljetten. Diverse getuigenverklaringen, forensisch onderzoek en een Track & Trace-rapport van een gehuurde auto ondersteunden deze vaststellingen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had op de valsheid van het geld en niet op de plaats delict was geweest. Het hof verwierp deze verweren op grond van de bewijsmiddelen, waaronder herkenning door getuigen en het rittenrapport. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft gemotiveerd dat verdachte opzettelijk de valse biljetten heeft uitgegeven en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest wordt bevestigd en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte opzettelijk valse 50-eurobiljetten heeft uitgegeven en verwerpt het cassatieberoep.