ECLI:NL:HR:2019:1939

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2019
Publicatiedatum
10 december 2019
Zaaknummer
19/01920
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:253a lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vervangende toestemming voor inschrijving minderjarige op nabijgelegen school afgewezen

De moeder heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof haar verzoek om vervangende toestemming te verkrijgen voor de inschrijving van haar minderjarige kind op een school in de nabijheid van haar woning heeft afgewezen. De vader, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere beslissingen van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de moeder niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt derhalve verworpen.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Wattendorff en Lock, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze op 13 december 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/01920
Datum13 december 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. J. van Weerden,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vader,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/09/550630 van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2018;
de beschikking in de zaak 200.241.628/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 januari 2019.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
13 december 2019.