Uitspraak
kantoorhoudende te Pijnacker,
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
13 december 2019.
Hoge Raad
De schuldenaar werd toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar vertoonde gedurende de looptijd ernstige tekortkomingen, waaronder het plegen van een misdrijf met detentie, het zonder toestemming reizen en het ontstaan van nieuwe schulden. De rechtbank beëindigde de regeling tussentijds vanwege deze tekortkomingen.
Het hof vernietigde dit vonnis en verlengde de regeling met zeven maanden, stellende dat er ruimte was voor een uitzondering omdat de schuldenaar zich inspande om zijn fouten te herstellen en een saneringsgezinde houding aannam. De bewindvoerder stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewindvoerder ontvankelijk is in cassatie en dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom ondanks de ernstige toerekenbare tekortkomingen niet tot beëindiging werd overgegaan. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt de beoordelingsruimte van de rechter bij tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling, maar stelt ook hoge eisen aan de motivering wanneer wordt afgezien van beëindiging bij ernstige tekortkomingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.