ECLI:NL:HR:2019:2019
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over geheven leges. Voor het beroep in cassatie moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar heeft niet binnen de gestelde termijn de benodigde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen ingediend.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen aangeschreven om het griffierecht te voldoen, waaronder een aangetekende brief en een brief met een termijn van vier weken. Een van de brieven werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna deze op een ander adres werd verzonden. Ondanks deze pogingen is het griffierecht niet betaald.
Belanghebbende heeft geen geldige reden gegeven voor het niet betalen binnen de gestelde termijn. De Hoge Raad oordeelt daarom dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.