Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats]
,
wonende te [woonplaats]
,
wonende te [woonplaats]
,
gevestigd te Borne,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
15 februari 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een pandhouder beschermd kan worden tegen de gevolgen van beschikkingsonbevoegdheid die voortvloeit uit een leveringsgebrek, wanneer geen mededeling van cessie aan de schuldenaar is gedaan. De eisers, die cassatie instelden tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, voerden klachten aan die de Hoge Raad echter niet ontvankelijk achtte voor verdere behandeling.
Het geding in feitelijke instanties omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en een arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin de rechtsverhouding tussen de partijen en de gevolgen van de niet-gemelde cessie werden beoordeeld. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken voor het gedingverloop en de feitelijke context.
De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, een advies dat door de Hoge Raad werd gevolgd. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Majoto Holding B.V. en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bevestigd en het beroep in cassatie verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de eisers wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.