ECLI:NL:HR:2019:243

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2019
Publicatiedatum
15 februari 2019
Zaaknummer
17/02433
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in meervoudige diefstal aan boord marinevaartuig

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor meervoudige diefstal aan boord van een marinevaartuig. De verdachte had de weggenomen goederen verkocht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had hem eerder veroordeeld en het beroep richtte zich tegen dat arrest.

Namens de verdachte diende advocaat J.E. Kötter een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage. Dit arrest bevestigt de eerdere strafrechtelijke beoordeling van de meervoudige diefstal en het bewijs van daderschap.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

5 maart 2019
Strafkamer
nr. S 17/02433 M
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Militaire Kamer, van 4 mei 2017, nummer 21/001941-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 maart 2019.