Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:364

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2019
Publicatiedatum
14 maart 2019
Zaaknummer
17/04336
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 2006 tot en met 2010. De zaak was eerder door de Hoge Raad vernietigd en verwezen naar het Hof voor verdere behandeling.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatiemiddel, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof in stand, waarmee de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen rechtsgeldig zijn.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof blijft in stand.

Uitspraak

15 maart 2019
Nr. 17/04336
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 september 2017, nr. 16/01337, betreffende aan belanghebbende over de jaren 2006 tot en met 2008 opgelegde navorderingsaanslagen en voor de jaren 2009 en 2010 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente dan wel belastingrente.

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2016, nr. 15/05890, ECLI:NL:HR:2016:2427, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (nrs. 14/01009 tot en met 14/01013), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 14 december 2018 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2018:1381)

3.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2019.