Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 2006 tot en met 2010. De zaak was eerder door de Hoge Raad vernietigd en verwezen naar het Hof voor verdere behandeling.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatiemiddel, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof in stand, waarmee de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen rechtsgeldig zijn.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2019.