Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Utrecht over het jaar 2014 betreffende een onroerende zaak te Utrecht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 15 maart 2019 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.