ECLI:NL:HR:2019:409

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2019
Publicatiedatum
21 maart 2019
Zaaknummer
18/01156
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:112 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over geheven leges gemeente Zaanstad

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake geheven leges aan belanghebbende [Z] B.V.

Het college voerde meerdere klachten aan, maar deze konden niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het voorwaardelijk incidentele beroep van belanghebbende verviel omdat het principale beroep niet tot vernietiging van de hofuitspraak leidde. De Hoge Raad veroordeelde het college in de kosten van het cassatiegeding, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en legde een griffierecht van € 508 op.

De uitspraak werd door de vice-president en raadsheren in het openbaar op 22 maart 2019 gewezen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad is ongegrond verklaard en het college is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

22 maart 2019
Nr. 18/01156
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstadte Zaandam (hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 6 februari 2018, nr. 16/00371, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad en het incidentele hoger beroep van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) betreffende van belanghebbende geheven leges.

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft ook voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij één klacht aangevoerd.
Het College heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend. Het heeft schriftelijk zijn zienswijze omtrent het incidentele beroep naar voren gebracht.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Het voorwaardelijke incidentele beroep

Aangezien het principale beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van het Hof, is de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld, niet vervuld. Gelet op artikel 8:112, lid 2, Awb vervalt daarom het incidentele beroep.

4.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2019.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad wordt een griffierecht geheven van € 508.