Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:485

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2019
Publicatiedatum
2 april 2019
Zaaknummer
18/00848
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij ongeldigverklaring rijbewijs

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, in strijd met artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994. Het gerechtshof had geoordeeld dat de verdachte geen ander rijbewijs had ontvangen na de ongeldigverklaring.

In cassatie stelde de verdachte dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat uit het gebruikte bewijsmateriaal niet kon worden afgeleid dat hem geen ander rijbewijs was afgegeven. De Hoge Raad volgde deze redenering en oordeelde dat de verklaring van de verdachte dat hij zijn rijbewijs van het CBR had teruggekregen, niet uitsluit dat een ander rijbewijs was afgegeven.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling en beslissing op het bestaande hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 2 april 2019.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

2 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/00848
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 februari 2018, nummer 20/001884-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
2.2.
Het middel slaagt op de in de conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 vermelde gronden.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2019.