Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 april 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, in strijd met artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994. Het gerechtshof had geoordeeld dat de verdachte geen ander rijbewijs had ontvangen na de ongeldigverklaring.
In cassatie stelde de verdachte dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat uit het gebruikte bewijsmateriaal niet kon worden afgeleid dat hem geen ander rijbewijs was afgegeven. De Hoge Raad volgde deze redenering en oordeelde dat de verklaring van de verdachte dat hij zijn rijbewijs van het CBR had teruggekregen, niet uitsluit dat een ander rijbewijs was afgegeven.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling en beslissing op het bestaande hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 2 april 2019.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.