ECLI:NL:HR:2019:550

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
5 april 2019
Zaaknummer
17/04512
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81.1 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen poging diefstal met geweld

De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van poging diefstal met geweld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof het beroep op vrijwillige terugtred terecht had verworpen en verwierp dit middel zonder nadere motivering. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.

Hierdoor was de redelijke termijn overschreden, wat een vermindering van de straf rechtvaardigde. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verminderde de gevangenisstraf tot zeventien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het overige beroep werd verworpen.

Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot zeventien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

9 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/04512
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 augustus 2017, nummer 22/005083-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboortplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden en een week, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 april 2019.