Uitspraak
zetelende te Quito, Ecuador,
gevestigd te San Ramon, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
gevestigd te San Ramon, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
mr. F.J.L. Kaptein.
3.Uitgangspunten in cassatie
- i) Chevron is sinds een overname in 2001 indirect aandeelhouder van TexPet.
- ii) In 1964 en 1965 heeft Ecuador een concessie voor oliewinning in een deel van het Amazonegebied verleend aan een consortium waarvan TexPet deel uitmaakte (hierna: het Consortium). Op 16 augustus 1973 is een concessieovereenkomst gesloten tussen het Consortium en Ecuador. Deze laatste concessieovereenkomst liep tot 6 juni 1992. Het staatsbedrijf PetroEcuador heeft geleidelijk een meerderheidsbelang in het Consortium gekregen. Na afloop van de concessieovereenkomst heeft PetroEcuador de oliewinning alleen voortgezet.
- iii) In 1993 hebben Ecuador en de Verenigde Staten een bilateraal investeringsverdrag gesloten, dat op 11 mei 1997 in werking is getreden (hierna: het BIT).
- iv) In november 1993 heeft een groep Ecuadoraanse burgers in de Verenigde Staten een procedure aanhangig gemaakt tegen Texaco, de voormalige moedervennootschap van TexPet. Deze burgers stelden dat zij wegens milieuvervuiling in de Oriente-regio van Ecuador schade hadden geleden.
- v) Op 4 mei 1995 hebben Ecuador, PetroEcuador en TexPet een overeenkomst (hierna: de 1995 Settlement Agreement) gesloten, waarbij TexPet heeft toegezegd bepaalde milieusaneringsmaatregelen uit te voeren en waarbij de twee andere partijen hebben verklaard dat zij:
- vi) Op 30 september 1998 hebben Ecuador, PetroEcuador en TexPet een tweede overeenkomst gesloten (hierna: de 1998 Final Release) waarbij TexPet en de overige ‘Releasees’ voor altijd zijn bevrijd van en ontslagen uit alle aansprakelijkheid jegens Ecuador.
- vii) In mei 2003 heeft een groep Ecuadoraanse burgers in Ecuador een procedure aanhangig gemaakt tegen Chevron. Deze Ecuadoraanse burgers (hierna ook: de Lago Agrio-eisers) stelden Chevron aansprakelijk voor ernstige milieuvervuiling veroorzaakt door TexPet (hierna: de Lago Agrio-procedure).
- viii) Op 23 september 2009 hebben Chevron en TexPet op grond van het BIT de arbitrageprocedure tegen Ecuador aanhangig gemaakt waarover de onderhavige vernietigingsprocedure gaat. In de arbitrageprocedure hebben zij onder meer gevorderd voor recht te verklaren, kort weergegeven, (i) dat Chevron en TexPet op grond van de 1995 Settlement en de 1998 Final Release zijn gevrijwaard van aansprakelijkheid voor milieuschade als gevolg van het handelen van het Consortium, (ii) dat een vonnis in de Lago Agrio-procedure tegen Chevron niet afdwingbaar is en (iii) dat Ecuador en PetroEcuador exclusief aansprakelijk zijn voor de uitkomst van de Lago Agrio-procedure. Verder hebben Chevron en TexPet onder meer gevorderd dat Ecuador wordt bevolen alle maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat een eventueel vonnis in de Lago Agrio-procedure niet ten uitvoer kan worden gelegd en dat Ecuador wordt veroordeeld tot betaling aan Chevron en TexPet van hetgeen waartoe zij in de Lago Agrio-procedure worden veroordeeld.
- ix) Chevron en TexPet hebben in de arbitrageprocedure ook om voorlopige voorzieningen gevraagd. Het scheidsgerecht heeft in dit kader op 9 februari 2011 en 16 maart 2011 Procedural Orders gegeven om de erkenning en de executie van het (toen: aanstaande) Lago Agrio-vonnis te verhinderen.
- x) In de Lago Agrio-procedure is Chevron in eerste aanleg bij vonnis van 14 februari 2011 (hierna: het Lago Agrio-vonnis) onder meer veroordeeld tot betaling van USD 8,6 miljard, vermeerderd met de kosten gelijk aan 10% van het geheel. Deze veroordeling heeft zowel in hoger beroep als bij het Ecuadoraanse Hooggerechtshof stand gehouden.
- xi) Naar aanleiding van de uitspraak van de Ecuadoraanse appelrechter heeft Chevron het scheidsgerecht verzocht de eerdere Procedural Orders (zie hiervoor onder (ix)) om te zetten in een tussenvonnis. Het scheidsgerecht heeft vervolgens in de ‘First Interim Award on Interim Measures’ van 25 januari 2012 (hierna: de First Interim Award) onder meer geoordeeld dat Ecuador dient te nemen:
- xiii) Na de First Interim Award heeft Chevron in Ecuador de Provincial Court van Sucumbios verzocht de tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis te weigeren of te schorsen. Dit verzoek is afgewezen op de grond dat toewijzing in strijd zou komen met het recht op toegang tot de rechter.
- xiv) De Lago Agrio-eisers hebben in 2012 geprobeerd het Lago Agrio-vonnis ten uitvoer te leggen in Ecuador, Canada, Brazilië en Argentinië. Deze pogingen zijn (nog) niet succesvol geweest.
- xv) In de ‘Fourth Interim Award on Interim Measures’ van 7 februari 2013 (hierna: de Fourth Interim Award) heeft het scheidsgerecht onder meer het volgende beslist:
5.Beslissing
12 april 2019.