De Staatssecretaris van Financiën had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak over teruggaaf van omzetbelasting, maar trok dit beroep in. Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten die zijn gemaakt voor het cassatiegeding en om vergoeding van wettelijke rente over eerder toegekende proceskosten.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 29f AWR alleen proceskosten voor het cassatiegeding vergoed kunnen worden en dat wettelijke rente over proceskosten van eerdere instanties niet kan worden toegewezen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het standaardtarief voor proceskostenvergoeding rechtvaardigden.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten voor het cassatiegeding, vastgesteld op €1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het verzoek om wettelijke rentevergoeding werd afgewezen omdat dit niet onder artikel 29f AWR valt en belanghebbende dit had moeten verzoeken bij het Hof.