ECLI:NL:HR:2019:671

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2019
Publicatiedatum
23 april 2019
Zaaknummer
18/05006
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 140 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelaatbaarheid uitlevering aan Verenigde Staten ondanks onvolledige feitomschrijving

De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten van Amerika ter strafvervolging. De Rechtbank Rotterdam had de uitlevering toelaatbaar verklaard, maar zonder een duidelijke omschrijving van het feit waarvoor uitlevering werd gevraagd. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een voldoende feitomschrijving een verzuim is dat hersteld moet worden. De uitlevering wordt daarom alleen toelaatbaar verklaard voor het feit zoals beschreven in de 'Affidavit in Support of Request for Extradition' van 15 juni 2018. De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen.

De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke feitomschrijving in uitleveringszaken en herstelt het verzuim van de rechtbank door de uitlevering alsnog toe te staan op basis van de juiste stukken. Het beroep wordt voor het overige afgewezen en de uitlevering kan doorgaan.

Uitkomst: De uitlevering wordt toelaatbaar verklaard voor het feit zoals omschreven in de affidavit, ondanks het eerdere verzuim van de rechtbank.

Uitspraak

23 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/05006 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 8 november 2018, nummer UTL-12018020047, op een verzoek van de Republiek Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover de rechtbank heeft verzuimd het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van het feit zoals uiteen gezet in de "Affidavit in Support of Request for Extradition" van 15 juni 2018 en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika toelaatbaar verklaard ter strafvervolging "van het feit omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek".
Noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek behelst evenwel een omschrijving van het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in na te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover de Rechtbank heeft verzuimd het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden;
verklaart de uitlevering toelaatbaar voor het feit zoals omschreven in de "Affidavit in Support of Request for Extradition" van Michael K. Krouse, Assistent United States Attorney for the Southern District of New York, van 15 juni 2018;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 april 2019.