Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
14 mei 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor het wederrechtelijk betreden van een pand te Rotterdam. Aan verdachte was eerder door het Openbaar Ministerie een gedragsaanwijzing in de vorm van een locatieverbod opgelegd op grond van artikel 509hh Sv.
Het centrale geschilpunt was of het opleggen van deze gedragsaanwijzing de vervolging door het OM voor hetzelfde feit uitsluit. Het hof oordeelde dat de gedragsaanwijzing een ordemaatregel is die niet als straf bedoeld is en dat de vervolging voor het strafbare feit daarom ontvankelijk blijft.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waaronder het arrest over het alcoholslotprogramma, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen afzonderlijke procedures die hun oorsprong vinden in hetzelfde feit. De Hoge Raad concludeert dat hier geen sprake is van dubbele vervolging of bestraffing en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie blijft ontvankelijk in de strafvervolging ondanks de eerder opgelegde gedragsaanwijzing locatieverbod.