Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
- de beschikking die de rechter op 10 mei 2022 in de strafzaak tegen verdachte heeft gegeven en
- de brief van de raadsman van verdachte aan de rechter, gedateerd 15 augustus 2022.
Rechtbank Rotterdam
In de strafzaak tegen verdachte heeft de rechter, die tevens voorzitter is van de meervoudige strafkamer, een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek volgde op een eerdere beschikking waarbij verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn beroep tegen een gedragsaanwijzing. De raadsman van verdachte betoogde dat deze eerdere beslissing onjuist was en dat dit gevolgen zou moeten hebben voor de strafmaat, waardoor de rechter niet met de vereiste onpartijdigheid de zaak kon behandelen.
De rechtbank overwoog dat hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, de omstandigheden en het feit dat de rechter zelf het verzoek tot verschoning heeft ingediend, een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de vrees voor schending van onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
Op grond hiervan werd het verzoek tot verschoning toegewezen, waarmee de rechter zich mag terugtrekken uit de verdere behandeling van de strafzaak tegen verdachte. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 25 augustus 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege een objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.