ECLI:NL:HR:2019:841

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2019
Publicatiedatum
3 juni 2019
Zaaknummer
18/01770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e.2 Sr (oud)Art. 36e.3 Sr (oud)Art. 36e Sr (nieuw)
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste toepassing vermogensvergelijking bij profijtontneming

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit strafbare feiten gepleegd vóór 1 juli 2011.

Het Hof had toepassing gegeven aan de nieuwe versie van art. 36e Sr, terwijl de feiten zich voordeden onder het oude recht. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de nieuwe wet toepaste en onvoldoende heeft vastgesteld welke strafbare feiten het voordeel hebben opgeleverd.

Daarnaast is niet gebleken dat tegen betrokkene een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, wat volgens het oude recht een vereiste is voor ontneming op grond van art. 36e.3 Sr.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

4 juni 2019
Strafkamer
nr. S 18/01770 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 april 2018, nummer 22/000372-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het tweede middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd toepassing heeft gegeven aan art. 36e Sr zoals deze bepaling luidt sinds de wetswijziging van 1 juli 2011, terwijl de strafbare feiten waaruit het voordeel zou zijn verkregen dateren van voor deze wetswijziging.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 tot en met 13 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beoordeling van de overige middelen

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeven de overige middelen geen bespreking.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juni 2019.